Didier Reynders over resolutie 2098 van VN-Veiligheidsraad over versterking van MONUSCO in DRC

Datum: 28 maart 2013

Vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders is tevreden dat de Veiligheidsraad een resolutie heeft aangenomen die in een "geïntegreerde Brigade" in de vredesmacht in de Democratische Republiek Congo (MONUSCO) voorziet. Deze brigade moet gewapende groepen neutraliseren. Zo kan ze de bedreiging tegengaan die deze groepen vormen voor de burgerbevolking en kan ze het herstel van de rechtsstaat in het oosten van Congo mogelijk maken.

Met deze resolutie leveren de Verenigde Naties volgens de minister het ontbrekende element in de bepalingen van de overeenkomst van Addis Abeba. De manier waarop de verplichtingen uit deze overeenkomst op nationaal, regionaal en internationaal worden omgezet, is essentieel voor een blijvende oplossing voor het oosten van Congo. Didier Reynders heeft de benoeming van Mary Robinson als speciaal gezant van de secretaris-generaal al toegejuicht. Het zal onder meer haar taak zijn om de dialoog tussen de landen van de regio te versterken en om toe te zien op de uitvoering van de verplichtingen van de raamovereenkomst. De minister voegt eraan toe dat de recente uitlevering van Bosco Ntaganda, dankzij de rol van de regeringen van Rwanda, de Verenigde Staten en Nederland, een volgende stap is in de goede richting om ook een einde te maken aan de straffeloosheid. De resolutie die vandaag in New York werd aangenomen, moet het mogelijk maken om efficienter tegen gewapende groepen op te treden en om de burgerbevolking beter te beschermen. De minister wenst dan ook dat de geïntegreerde brigade snel kan worden ingezet.

Didier Reynders hoopt dat deze verplichtingen binnenkort zullen worden uitgevoerd. Hij is tevreden met de bereidheid van de regering van de Democratische Republiek Congo en van minister-president Matata om - gelijklopend met de toezeggingen van de Addis Abeba-overeenkomst - de hervormingen op verzoek van president Joseph Kabila voort te zetten. Minister Reynders herinnert eraan dat België bereid is deze inspanningen te steunen, vooral door aan de controlemechanismen van de overeenkomst deel te nemen.