Voorlopige ODA-cijfers 2013: recordjaar ondanks crisis

Datum: 17 april 2014

Tijdens de DAC-vergadering van 8 april werden de positieve ODA-cijfers met zichtbare tevredenheid aangekondigd. Zij vormen volgens DAC-voorzitter Solheim een goede basis voor een positieve boodschap op de High Level Meeting van het Global Partnerschip en bovendien een duidelijke aanwijzing dat, ondanks het vaak gehoord pessimisme en relativisme, ODA nog steeds een belangrijke rol vervult in het huidige financieringslandschap.

Historische recordhoogte
Na de daling van de voorbije 2 jaar knopen de ODA-cijfers van het DAC in 2013 opnieuw aan met een groei. In reële termen bereikte de ODA van alle DAC-landen een bedrag van 134,8 miljard dollar of een stijging van maar liefst 6,1% ten opzichte van 2012 (0,30% van het totale BNI t.o.v. 0,29% in 2012). Hiermee wordt het vorige record van 2010 verbroken. Een deel van de verklaring is te vinden in de uitbreiding van het DAC (5 nieuwe leden sloten zich in 2013 aan bij het DAC), maar zelfs zonder dat effect zou het record een feit zijn. Op een totaal van 28 DAC-leden steeg de ODA in 17 landen, terwijl in 11 landen de ODA (soms verder) daalde.

Belangrijkste stijgers binnen het DAC zijn het Verenigd Koninkrijk (+27,8%) dat als eerste G7-land de "0,7%-club" vervoegt en Japan (+36,6%), voornamelijk als gevolg van de schuldkwijtschelding aan Myanmar.

België
De Belgische ODA komt uit op 2,28 miljard dollar, of een daling van 6,6% ten opzichte van 2011. Dit is 0,45% van ons BNI. In 2012 was dit nog 0,47%. Hiermee blijven we in absolute cijfers de 14e donor, in relatieve termen blijven we op de 9e plaats. De daling is enkel toe te schrijven aan een verminderd volume van schuldkwijtscheldingsoperaties in 2013. Ten opzichte van 2012 namen de reële uitgaven voor ontwikkelingssamenwerkingen lichtjes toe.

Europese Unie
Ook voor de Europese Unie is de balans positief. Totale ODA stijgt met 5,2% tot 70,7 miljard of 0,41% van het Europees BNI. Het ODA-niveau daalde nog sterk in Portugal (-20,4%) en Frankrijk (-9,8%). Maar de daling bleef voor het overige beperkt tot kleinere volumes in Griekenland, België, Nederland, Tsjechië, Ierland en Slovenië. In Nederland daalde het ODA-niveau wel tot onder de 0,7% grens (0,67%). Naast het Verenigd Koninkrijk is vooral het hulpvolume van Italië, dat in de voorbij jaren een historisch dieptepunt bereikt, sterk toegenomen (+13,4%). Netto uitgaven van Europese instituten bedroegen 15,9 miljard dollar, of een daling van 13,1%. Dit als gevolg van een minder volume aan concessionele leningen.

Buiten de Europese Unie
Buiten de EU valt vooral de stijging van de hulp van Japan, IJsland en Noorwegen op. Ook Korea en Zwitserland, dat de 0,5% wil halen in 2015, noteerden een verdere verhoging van hun ODA. De Canadese hulp werd getroffen door besparingen (-11%), terwijl de uitgaven in Australië leden onder een herprogrammering van de bilaterale hulp. De Verenigde Staten blijft veruit de belangrijkste donor.

Niet-DAC leden
Ook bij de meeste niet-DAC leden die hun hulpcijfers rapporteren viel een stijging te noteren. Spectaculair is daarbij de stijging in de Verenigde Arabische Emiraten dat door zijn massale hulp aan Egypte zijn ODA ziet stijgen met 375,5% (!) tot 1,25% van het BNI, meteen de hoogste landenscore binnen de gerapporteerde gegevens. Ook de blijvende expansie van het Turkse hulpprogramma blijft opvallen (ODA-volume bereikt in 2012 reeds 0,42% van het BNI).

Verschuivingen tussen kanalen en regio’s
Ten opzichte van vorig jaar stijgt de bilaterale hulp (exclusief humanitaire hulp en schuldkwijtschelding) met 2,3%, terwijl de multilaterale hulp (core-financiering) steeg met 6,9% (in 2012 viel nog een daling van 7,1% te noteren). Binnen de bilaterale hulp valt de scherpe stijging van niet-giftinstrumenten (veelal leningen) op: het volume hiervan steeg maar liefst met 33%

Bilaterale hulp aan Subsaharaans Afrika viel verder terug met 4% tot 26,2 miljard, terwijl de ODA aan het Afrikaanse continent in zijn geheel met 5,6% daalde. De bilaterale hulp aan Minst ontwikkelde Landen (MOL) steeg dan weer met 12,3%, maar dat was grotendeels te danken aan een grote schuldherschikkingsoperatie voor Myanmar.

Wat brengt de toekomst?
Gegevens uit de forward spending plannen van donoren voorspellen een verdere groei van de Country Programmable Aid (CPA), of de hulp die voor een partnerland beschikbaar is op landenniveau, met 2,4% in 2014. Nadien wordt een stabilisatie voorspeld. De verschuiving van de hulp naar Middeninkomenslanden (MIC) zal zich verder doorzetten.