Belgen en ontwikkelingssamenwerking: solidair maar sceptisch

Datum: 12 maart 2014

Pulse

De Belgen vinden het belangrijk om de levensstandaard in ontwikkelingslanden te verbeteren. Ze zijn er minder dan vroeger van overtuigd dat ontwikkelingssamenwerking hiervoor de aangewezen weg is. En Ze zijn steeds minder bereid geld te geven voor goede doelen in het Zuiden. Dat is, kort gezegd, wat de jongste draagvlakenquête rond ontwikkelingssamenwerking ons leert.

Tijdens het najaar van 2013 werd opnieuw een nationale bevraging rond het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking opgezet. Deze bestond uit een representatieve enquête bij 1577 Belgen (via een online panel van IVOX) en een reeks van zes focusgroepgesprekken. De bedoeling was vooral de trends te vergelijken met eerdere enquêtes die teruggaan tot 2003. Dit onderzoek, uitgevoerd in opdracht van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking (DGD) stond onder de wetenschappelijke leiding van Ignace Pollet van het Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving (HIVA-KULeuven).

Empathisch maar kritisch

De empathie voor arme mensen uit het Zuiden is in vergelijking met vroegere enquêtes stabiel gebleven. Ruim 60% van de Belgen blijft het belangrijk vinden om de levensstandaard van mensen in ontwikkelingslanden te verbeteren. Minder dan 10% vindt het niet belangrijk. Dit basisgevoel van solidariteit wordt bevestigd in andere onderzoeken, o.m. de Eurobarometer. Maar wanneer tijdens gesprekken naar deze solidaire houding wordt gepeild, komt al snel het instrumentarium en de haalbaarheid naar boven om aan die armoede iets te doen. En dan krijgen we een ander verhaal.

Reeds in de vorige barometers konden we een toenemend kritische houding vaststellen tegenover ontwikkelingssamenwerking. Anno 2013 vindt slechts 10% dat het geld dat we uitgeven aan ontwikkelingshulp goed besteed wordt, terwijl de grootste groep (56%) het als ‘deels goed, deels slecht’ bestempelt. Daarnaast vindt ongeveer een op drie Belgen het geld  slecht besteed. Deze resultaten komen in grote mate overeen met die van een jaar eerder en ogen vanuit het standpunt van ontwikkelingssamenwerking gezien zelfs iets gunstiger. Wel zijn mensen nog iets kritischer geworden over de gepercipieerde geschiktheid van de gebruikte vormen en ingezette actoren van ontwikkelingssamenwerking.  Uit de groepsgesprekken komt ook nog steeds een hardnekkige achterdocht naar voor ten aanzien van het ‘goed terecht komen’ van de ter beschikking gestelde middelen. Noodhulp door interna¬tionale organisaties enerzijds, en concrete projecten door kleine gekende organisaties blijven bij het gros van het publiek het meeste bijval kennen.

Een andere vraag betrof de mening over de hoogte van het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Tien jaar geleden vond nog de helft van de bevolking dat dit budget moest opgetrokken worden, terwijl slechts 6% het naar beneden wou. Nu is nog 13% gewonnen voor het vermeerderen en wil 34% het budget naar beneden zien gaan. De grafiek hieronder toont evenwel dat de neerwaartse trend van de laatste jaren nu gestabiliseerd is.

Weten, geven en doen

De vaak kritische houding staat in contrast tot de onwetendheid en het stereotypische beeld dat mensen van ontwikkelingssamenwerking hebben. Uit de focusgroepen is gebleken dat zowel de beeldvorming in de media als de soms archaïsche boodschappen bij fondsenwerving hiertoe bijdragen.  Berichtgeving of campagnes met een miserabilistische boodschap of een beschuldigende vinger blijken een averechts effect te hebben.

Slechts 26% van de Belgen heeft naar eigen zeggen het afgelopen jaar geld gegeven voor (projecten in) ontwikkelingslanden. In 2012 was dat 33%, in 2010 nog 40%. Tegelijk zien we dat het gemiddeld gedoneerde bedrag stijgt, maar niet voldoende om het verlies qua aantal donateurs te compenseren. Anderzijds bleek uit de groepsgesprekken een hogere bereidheid tot geven van goederen, tot kopen van fairtradeproducten en tot het extra betalen van een ‘goede doelen’- supplement bij ontspanningsactiviteiten (sport, muziekconcerten etc.). Ook kwam naar voor dat organisaties er goed aan zouden doen zich meer open te stellen voor inzet en voluntariaat.

Ruimte voor nuance en dialoog

Als het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking het afgelopen decennium gedaald is, heeft dit ongetwijfeld met externe factoren te maken (crisis, xenofobie, toenemend aantal goede doelen, …) maar ook met interne factoren. Rond ontwikkelingssamenwerking worden soms onrealistische verwachtingen opgehangen, anderzijds zijn de actoren van ontwikkelingssamenwerking niet altijd helder in wat wel en niet gerealiseerd is, en wat wel en niet mogelijk is. Bovendien wordt de burger op slechts een bepaald moment aangesproken, waarbij dan tegelijk informatie, empathie en fondsenwerving aan de orde zijn. Organisaties doen er volgens de onderzoekers beter aan gelegenheden te zoeken waar ruimte is voor dialoog, nuance en kritiek. Dat laat toe een meer complex verhaal te brengen, met ook aandacht voor ‘ons’  gedrag als factor in de armoede elders ter wereld (consumptiepatronen, CO2-uitstoot, …). Daarnaast is er bij fondsenwerving de continue uitdaging om bevolkingsgroepen op geëigende en eigentijdse manier aan te spreken.

Het draagvlak van de bevolking rond verderaf gelegen thema’s zoals mondiale ontwikkeling kennen en begrijpen is een voorwaarde om te voorkomen dat een land zich opsluit in haar eigen zelfgenoegzaamheid. Omdat verkiezingsuitslagen eerder een reflectie vormen van standpunten rond binnenlandse thema’s dan rond buitenlands beleid en ontwikkelingssamenwerking,  bewijzen barometers als deze meer dan hun nut.

Het rapport ‘Barometer Draagvlak Ontwikkelingssamenwerking 2013’ kan gedownload worden op de websites van DGDNo label found for: as_externallink.alttag en HIVA-KULeuvenNo label found for: as_externallink.alttag

Verdere toelichting is beschikbaar bij Ignace.Pollet@kuleuven.be

 

Mening van de Vlamingen/Belgen (*) over de hoogte van de besteding aan ontwikkelingshulp

Grafiek Barometer

 (*) eerste twee kolommen gebaseerd op telefonische enquête in Vlaanderen, laatste drie op webpanelbevraging over heel België.