Toespraak van minister Labille ter gelegenheid van de diplomatieke dagen

Datum: 03 februari 2014

Dames en heren Ambassadeurs

Dames en heren Consuls-generaal,
Dames en heren,
Beste collega's,

Het is zowel een genoegen als een eer om u in het kader van deze diplomatieke dagen toe te spreken.

Er is één jaar verlopen sinds onze laatste ontmoeting, toen ik het met u had over de prioritaire werken van de ontwikkelingssamenwerking. Vandaag,  op enkele maanden van het einde van de legislatuur wens ik het te hebben over de vooruitgang die geboekt werd, zonder natuurlijk de toekomstige uitdagingen te vergeten.

Want in de huidige wereld, waarin de internationale betrekkingen evolueren en steeds ingewikkelder worden, moet de Ontwikkelingssamenwerking haar plaats vinden om ten volle haar invloed uit te oefenen en op doeltreffende wijze een antwoord te bieden op de nieuwe uitdagingen van de ontwikkeling.   

Budgettaire context

Graag wil ik eerst de budgettaire context aanhalen waarin de Ontwikkelingssamenwerking deze twee laatste jaren heeft gewerkt, omdat die een fundamentele zaak is.  Hoewel het budget algemeen de weerspiegeling is van een beleid, heeft dit in het geval van de Ontwikkelingssamenwerking een bijzondere dimensie omdat het lot van de meest kwetsbare bevolkingen er in vele gevallen afhankelijk van is.

De economische en financiële crisis impliceert budgettaire inspanningen op alle gebieden, en de Belgische Ontwikkelingssamenwerking vormt daar geen uitzondering op.

Het is echter in tijden van crisis, en dat weten we maar al te goed, dat de ODA het hardst nodig is, omdat dit het meest voorspelbare kanaal voor vele ontwikkelingslanden is, met name voor de armste en meest kwetsbare. Deze landen zijn ook het ergst getroffen door de klimaatverandering, waarbij de ODA een essentiële rol speelt. De ODA blijft ten slotte het effectiefst om zich te richten tot de meest kwetsbare bevolkingsgroepen en moet daarom in staat zijn om in tijden van crisis een anticyclische rol te spelen, wanneer andere financieringsstromen volatieler blijken.

Dat is de reden waarom erop werd toegezien dat het budget van de ontwikkelingssamenwerking zo weinig mogelijk gevolgen zou ondervinden en dat de besparingen de bevolkingen die van de Belgische ODA genieten zo min mogelijk beïnvloeden, door te kiezen voor samendrukbare begrotingsposten die zo weinig gevoelig mogelijk waren.

In 2013 werd alles in het werk gesteld om het beschikbare budget zoveel mogelijk aan te gaan.

Ik heb bovendien een daadkrachtig beleid aangenomen, met aandacht voor de verbetering van de hulpdoeltreffendheid om, als compensatie voor de kwantitatieve daling van de ODA, de kwaliteit ervan te verhogen.

Vandaag wil ik de nadruk leggen op 4 doelstellingen die bijzonder belangrijk geweest zijn in mijn ontwikkelingsbeleid en waar ik tot aan het einde van de legislatuur alle aandacht aan zal blijven besteden.

1. Een betere beleidscoherentie ten gunste van ontwikkeling

Het debat rond de post-2015-ontwikkelingsagenda en de noodzaak om de post-MDG-agenda en het opvolgingsproces van Rio+20 te laten convergeren heeft duidelijk gemaakt dat er op wereldniveau een collectieve actie moet gevoerd worden die verder gaat dan het exclusieve gebied van de ontwikkelingssamenwerking om er andere sleutelvragen zoals de productie- en de consumptiewijzen in te integreren.

Bovendien hebben gebieden zoals de internationale financiën, de handel, de landbouw, de klimaatveranderingen, de veiligheid of de migratie belangrijke gevolgen op de ontwikkeling. In al deze domeinen zal het draaien om het verzekeren en versterken van de beleidscoherentie met de doelstellingen van duurzame menselijke ontwikkeling.

De opstelling van een Belgisch mechanisme voor de beleidscoherentie ten gunste van ontwikkeling (PCD) zoals bepaald is in de wet op de Belgische Ontwikkelingssamenwerking, boekte in 2013 veel vooruitgang. Het mechanisme kreeg groen licht van de Regering en er wordt  momenteel de laatste hand aan gelegd.

Zoals ik u vorig jaar aankondigde, is dit mechanisme geïnspireerd van de aanbevelingen, van de internationale instellingen die de PCD willen verzekeren via politiek engagement op hoog niveau, een betere coördinatie van het beleid en een onafhankelijke opvolging van de geboekte vooruitgang. Zo zal het Belgische mechanisme bestaan uit een Interministeriële Conferentie van de PCD, uit een Interdepartementale Commissie  die de administraties, die betrokken zijn door de PCD samenbrengt en uit een Onafhankelijke Adviesraad van de PCD.

België zal het luik PCD versterken op het niveau van de gouvernementele samenwerking en in het kader van de gezamenlijke programmeringen, zoals aangewezen door de Europese Raad (mei 2012), benadrukkend “dat PCD-kwesties systematisch aan bod moeten komen in de regelmatige dialoog met partnerlanden, om het effect van EU-beleid per land beter te kunnen beoordelen”.

Met betrekking tot de bevordering van de PCD binnen andere departementen, zal de Belgische ontwikkelingssamenwerking met name toezien op het versterken van haar rol binnen de volgende instanties:

Met betrekking tot de Bretton Woods-instellingen: hier zal een sterkere grondslag moeten gegeven worden aan de huidige post van adviseur ontwikkelingssamenwerking, om beter rekening te houden met de principes en doelstellingen van de Belgische samenwerking zoals bepaald in de wet.

Om de relevantie van Finexpo in termen van ontwikkeling te verbeteren moet de rol van de ontwikkelingssamenwerking binnen haar comité versterkt worden door de integratie van een vertegenwoordig(st)er binnen zijn uitgebreide secretariaat. Het zal bovendien gaan om de opstelling van een objectiveringssysteem van de selectieprocedures en -criteria van de Belgische ondernemingen die van de hulp van Finexpo genieten.

Bettreffende Delcredere: er moet erop toegezien worden dat de keuzes die gesteld worden inzake risicodekking rekening houden met de conclusies van de sociale en milieu-impactstudies.

2. Doeltreffendheid van hulp

De effectiviteit van de Belgische officiële ontwikkelingshulp blijft de tweede prioriteit van de Belgische ontwikkelingssamenwerking. Meerdere grote werven werden aan het begin van de legislatuur gelanceerd en komen nu tot hun einde.

De in 2013 gewijzigde BTC wet legt de nodige wettelijke basis voor de adoptie van een nieuw beheerscontract dat de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de BTC en de DGD verduidelijkt, dat de verankering van de BTC binnen de Belgische federale ontwikkelingssamenwerking versterkt, en dat de interventiecyclus versnelt; ze vergemakkelijkt ook de uitbesteding van activiteiten van de BTC door openbare en private non profit organisaties, en tot slot maakt ze de wet betreffende de BTC coherent met de nieuwe wet betreffende de Belgische Ontwikkelingssamenwerking.

Het nieuwe beheerscontract wordt nu afgewerkt en zou in de volgende maanden moeten worden goedgekeurd.

De gezamenlijke programmering met de andere donoren, met name de Europese, onder de verantwoordelijkheid van de partnerlanden, wordt nu door onze gouvernementele samenwerking bevoorrecht. Zo worden in meerdere landen vandaag interim-samenwerkingsprogramma’s voorbereid (Bolivia, Tanzania,…) om vanaf 2017 een gezamenlijke programmering met de EU mogelijk te maken. 

Het hervormingsproces van BIO, dat in 2012 door een evaluatie door de Bijzonder Evaluator voor de Ontwikkelingssamenwerking werd opgestart, loopt nu op zijn einde.

De wet tot wijziging van de wet van 2001 betreffende de oprichting van BIO werd eind 2013 door de Kamers gestemd. De goedkeuring ervan maakt het mogelijk BIO beter in te schrijven in de federale voorzieningen van ontwikkelingssamenwerking en bevordert een betere coherentie en relevantie van haar interventies in termen van ontwikkeling.

De wet verplicht BIO zich te onthouden van tussenkomsten in of via de fiscale paradijzen en haar interventies te concentreren ten gunste van de micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, in het bijzonder in deze verbonden met de landbouwsectoren deze met de sociale economie van de ontwikkelingslanden.

De wet voorziet ook een uitbreiding van de begunstigde landen tot middeninkomenslanden van de hogere schijf. Hoewel deze landen een belangrijke economische groei hebben gekend, worden ze vaak gekenmerkt door een groter wordende kloof tussen de inkomsten van de bevolking.

BIO zal dan een rol te spelen hebben in de steun aan de  lokale ondernemingen die kunnen bijdragen tot de vermindering van deze kloof, met name in de landbouwgebieden.

Als vereenvoudiging van het reglementaire kader en van de efficiëntie van BIO’s fondsenbeheer, zal een beheerscontract de verschillende bestaande overeenkomsten weldra vervangen en de regels en voorwaarden vastleggen volgens dewelke BIO haar opdrachten zal uitvoeren.

De resultaten van BIO zullen het voorwerp uitmaken van een evaluatie op basis van objectieve en meetbare criteria. Het doel is een kwantitatieve, kwalitatieve, ex-ante en ex-postevaluatie van de impact van de BIO-investeringen op de ontwikkeling, evenals van de manier waarop deze zich in haar strategie inschrijven en waarop ze bijdragen tot het halen van haar ontwikkelingsdoelstellingen. 

De Staat is nu de enige aandeelhouder van BIO geworden, dat zelf een specifiek instrument is geworden dat gewijd is aan de steun aan zeer kleine, kleine en middelgrote ondernemingen en de ondernemingen van de sociale economie van de ontwikkelingslanden.

De verbetering van de evaluatiemechanismen van de Ontwikkelingssamenwerking was ook een belangrijke doelstelling om de doeltreffendheid van de Belgische samenwerking te versterken. De nieuwe wet legt de nadruk op een resultaatgericht beheer en voorziet de echtverklaring van de evaluatiesystemen van de actoren van de ontwikkelingssamenwerking.

Het koninklijk besluit houdende de oprichting van een dienst bijzondere evaluatie wordt momenteel herzien met name om er het systeem van echtverklaring voorzien door de wet in te integreren.

Humanitaire hulp en crisissen in de wereld

De nieuwe wet biedt de nodige basis voor de opstelling van het nieuw koninklijk besluit betreffende de humanitaire hulp. Het was inderdaad hoog tijd om zich de middelen te geven om de initiatieven in de huidige lijn van de uitdagingen en van de praktijk uit te voeren. België zal vanaf nu op meer flexibele wijze hulp kunnen aanbrengen, die bovendien ook meer voorspelbaar is voor de complexe crisissen die in de lengte duren.

Dit koninklijk besluit, dat de volgende weken wordt afgewerkt, zal België ook de mogelijkheid bieden volop aan te sluiten bij de internationale inspanningen ten gunste van de naleving van de humanitaire principes en de professionalisering van de sector. Er wordt ook de laatste hand gelegd aan een strategie over de Humanitaire hulp.

Doorheen het hele jaar 2013 was de ontwikkelingssamenwerking actief in het kader van de grote humanitaire crisissen zoals de crisis die Syrië en zijn buurlanden al bijna 3 jaar verscheurt.

De crisis in Mali, en meer bepaald in de Sahel, stond ook centraal. België schrijf zich sinds het begin van deze crisis in een regionale aanpak in, een absolute voorwaarde om tot een duurzame oplossing voor het conflict te komen.

Centraal-Afrika is helaas ook bekend om de uitdagingen die er zich rond humanitaire hulp stellen. Het is ook een voorbeeld van de nood om de Humanitaire hulp te integreren in een coherente aanpak die ook vooruitkijkt naar de heropbouw en de ontwikkeling op de lange termijn.

Behalve onze steun aan de Verenigde Naties, blijft de Belgische Ontwikkelingssamenwerking haar steun bieden aan het Panziziekenhuis, waar Dr. Mukwege onvermoeibaar blijft verderwerken. Deze ‘man die de vrouwen herstelt’ herinnert ons eraan hoe belangrijk zijn strijd is voor de Congolese bevolking, maar ook hoe fundamenteel het is dat België Oost-Congo bovenaan de internationale agenda blijft houden.      

Europa moet zijn betrekkingen met Afrika dringend heropbouwen. Europa heeft haar afspraak met de Arabische lente gemist. Ze kan de vliegende start van Afrika niet missen, met het risico om het welzijn van de eigen bevolking in gevaar te brengen.

Want ik ben ervan overtuigd dat Afrika HET continent van de 21e eeuw wordt. Het is om die reden dat ik dit punt op de agenda zette van de Europese Raad in december.

Ik heb, in naam van België, het voorstel gedaan om met de Europese lidstaten en andere donoren, een “Herstelprogramma voor Centraal-Afrika” op te starten, naar het voorbeeld van wat de VS in 1947 voor Europa deden via het bekende Marshallplan. Het betreft de uitvoering van een plan voor de duurzame heropbouw van Centraal-Afrika in haar geheel.   

3. Een rechtenbenadering van de Ontwikkelingssamenwerking

Met betrekking tot Gender en empowerment van vrouwen, heeft de modernisering van de Commissie Vrouwen en Ontwikkeling eind 2013 geleid tot de oprichting van een adviserende Raad Gender en Ontwikkeling. Een ontwerp van  koninklijk besluit tot oprichting van deze adviserende Raad zal heel binnenkort operationeel zijn. Dit adviesorgaan zal verder worden gevoed door het werk van het platform van de actoren van de niet-gouvernementele samenwerking op dit gebied.

Betreffende Milieu en bescherming van de natuurlijke hulpbronnen, werkt mijn administratie aan een nieuwe strategienota. Ze ontwikkelt een visie en strategisch kader voor de transversale integratie van milieu in het ontwikkelingsbeleid vanuit de vaststelling dat er nood is aan een nieuw ontwikkelingsmodel, een versterking van de veerkracht en de bescherming van ecosystemen.

Deze nota zal een voorbeeld worden van de toepassing van de beleidscoherentie ten gunste van ontwikkeling.

Met betrekking tot de recht op onderwijs, de strategienota voor de onderwijssector is afgerond.

Het onderwijs wordt hierin gezien als een essentiële factor in het bieden van gelijke kansen en voor de sociale mobiliteit waarvoor de Staten verantwoordelijk zijn.

De Belgische  ontwikkelingssamenwerking neemt een holistische visie aan van de sector en voert gedifferentieerde strategieën uit in functie van de contexten om elke Staat te steunen bij de inzet en de ontwikkeling van zijn onderwijssysteem.

Vanaf 2014 zal deze nota als leidraad dienen, niet alleen voor de gouvernementele samenwerking, maar ook voor de actoren van het maatschappelijk middenveld die betrokken zijn in de onderwijssector.

Bettreffende de recht op voedsel, om de doelstellingen vervat in de Strategienota Landbouw en Voedselveiligheid te operationaliseren nam het Platform landbouw en voedselzekerheid in 2013 een analytisch schema aan van de projecten en programma’s van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.

Dit schema zal een betere aansluiting en een efficiëntere opvolging mogelijk maken van de interventies van de Belgische ontwikkelingssamenwerking ten gunste van de familiale landbouw in het licht van de beginselen van het recht op voedsel in de strategie, met inbegrip van de transversaliteit van het genderaspect en de milieubescherming. Het is een krachtig instrument dat gemeenschappelijk is voor de verschillende actoren van de ontwikkelingssamenwerking (BTC, BIO,...). Er wordt daarom een monitoring gewaarborgd om de inhoud van het schema te vertalen in de interventies van de verschillende actoren van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.

4. Post-2015-ontwikkelingskader

Op één jaar van de vervaldatum die door de Internationale gemeenschap werd bepaald voor de uitvoering van de Millenniumdoelstellingen, en voor de definitie van een nieuw kader dat de samenwerking tijdens de komende decennia zal moeten gidsen, wordt het debat rond een nieuw ontwikkelingskader voor na 2015 dit jaar extra belangrijk. 

In het kader van de Belgische, Europese en internationale debatten rond het post-2015-ontwikkelingskader heeft België de noodzaak om de ongelijkheden aan te pakken bovenaan in zijn prioriteiten gedragen, met name door de bevordering van het ‘Waardig Werk’- Agenda van de IAO - waaronder een universele sociale bescherming.

België heeft deelgenomen aan de ministeriële week van de 68e zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties om te pleiten voor de integratie van de strijd tegen de ongelijkheden, de universele sociale bescherming en de ‘Waardig Werk’-Agenda als een prioriteit voor het nieuwe post-2015-ontwikkelingskader.

België zal op Europees en internationaal niveau een leidende rol blijven spelen bij de bevordering van de strijd tegen de ongelijkheden in het nieuwe unieke post-2015-ontwikkelingskader, en bij een ambitieus, transparant en coherent financieringskader met de doelstellingen van duurzame menselijke ontwikkeling.

Tot slot

Dat zijn in het algemeen de prioritaire doelstellingen die de ontwikkelingssamenwerking doorheen deze legislatuur hebben geleid, en enkele concrete resultaten.

Ik zal de volgende maanden energiek blijven ijveren voor de concrete uitvoering ervan, met de overtuiging dat ze het mogelijk hebben gemaakt aanzienlijk aan te sluiten tot een meer moderne en doeltreffende samenwerking die beter voorzien is op de uitdagingen van vandaag en morgen.

Ik dank u voor uw aandacht.