Didier Reynders over Syrië

Datum: 10 september 2013

Vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders vernam met belangstelling het Russische voorstel om door diplomatieke kanalen het Syrische chemische arsenaal te neutraliseren. Dit voorstel wordt momenteel door de Verenigde Staten bestudeerd.

Minister Reynders herinnert aan zijn verklaring voor het Parlement waarin hij aandrong dat Syrië lid wordt bij de Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW). Door lid te worden, moet het land afzien van het gebruik, het bezit en de productie van chemische wapens. De minister herhaalt dat België steeds van mening was dat dit conflict enkel door een nauwe samenwerking tussen alle leden van de Veiligheidsraad kan opgelost worden.

De minister steunt onvoorwaardelijk het voorstel van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Dit voorziet dat de Veiligheidsraad snel gevat wordt om een ​​bindend plan op te leggen aan Syrië waardoor het de OPCW moet ondertekenen en ratificeren. Dit moet toelaten om snel en gecontroleerd het Syrische chemische arsenaal en alle draagsystemen er speciaal voor ontworpen te vernietigen. Een eerste stap moet een uitgebreide inventarisatie zijn van het Syrische chemische arsenaal.

De omstandigheden op de grond bemoeilijken de uitvoering van een dergelijk ontwapeningsprogramma. De minister roept alle partijen in het conflict op om nauw samen te werken met de internationale gemeenschap om dit mogelijk te maken.

Zo’n overeenkomst is de beste garantie dat de bevolking niet opnieuw het slachtoffer wordt van een gruwelijke chemische aanval. Het betekent alleszins niet dat de verantwoordelijken en daders van de vorige aanvallen ongemoeid zouden blijven. Een internationaal onderzoek moet de verantwoordelijkheden vaststellen en de schuldigen van deze oorlogsmisdaden moeten voor internationale rechtbanken ter verantwoording worden geroepen.

Dit perspectief zou niet mogelijk zijn geweest zonder de sterke druk - met inbegrip van militaire druk – die door verschillende landen wordt uitgeoefend, in de eerste plaats door de Verenigde Staten en Frankrijk. Nu dat de internationale gemeenschap tot een geloofwaardig akkoord lijkt te komen, mag deze druk niet afnemen. België steunt dan ook ten volle de inspanningen van de geallieerden om een geloofwaardige druk te handhaven voor een diplomatieke en humanitaire oplossing.