Toespraak van H.K.H Prinses Mathilde op de Staten-Generaal van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking

Datum: 07 mei 2013

Mijnheer de Minister,
Excellenties,
Dames en Heren,

Deze editie van de Staten-Generaal van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking staat voor een belangrijke opdracht. De komende dagen zal u zich buigen over het post-2015 ontwikkelingskader. Een reflectie die ons land in staat moet stellen op Europees en wereldvlak bij te dragen tot een duurzame menselijke ontwikkeling. En dit keer is de inzet ruimer dan armoedebestrijding die dé rode draad was doorheen de Millenniumontwikkelingsdoelstellingen 2015. De discussie wordt nu opengetrokken naar duurzame ontwikkeling. De ervaring van de voorbije jaren heeft ons immers geleerd dat ontwikkelingssamenwerking en een duurzaam leefmilieu hand in hand gaan.

Minister Labille en prinses Mathilde

Ik zou u vandaag graag vier boodschappen willen meegeven:

Mijn eerste boodschap is dat wij allemaal van elkaar afhankelijk zijn.

In deze sterk veranderende wereld waarin de evenwichten op diverse vlakken grondig gewijzigd werden en de opeenvolgende economische en financiële crisissen het dagelijkse leven diep raken, moet de burger zien te overleven in steeds moeilijkere omstandigheden. Alle landen zonder onderscheid voelen de nood aan inclusieve en duurzame groei. De onderlinge afhankelijkheid, niet alleen economisch, politiek of sociaal maar ook menselijk, is sterk toegenomen door de globalisering.

We zijn allen afhankelijk van dezelfde aarde, ondergaan dezelfde klimaatopwarming, zijn afhankelijk van hetzelfde milieu dat geen nationale grenzen kent, en moeten een beroep doen op een eindige voorraad waterbronnen, voedselvoorraden en grondstoffen, die voor iedereen beschikbaar moeten zijn, zowel voor de huidige als de komende generaties.

We moeten daarom samen naar duurzame oplossingen zoeken en samen concrete afspraken maken over ontwikkelingsperspectieven. We dragen allen een collectieve verantwoordelijkheid.

Dames en Heren,

Mijn tweede boodschap is dat internationale solidariteit wel degelijk een verschil maakt.

In tijden van budgettaire beperkingen en besnoeiingen in alle sectoren, is het belangrijk om internationale solidariteit niet op te offeren aan de eigen kortetermijnbelangen. Hoe moeilijk de crisis het ook maakt, we moeten onze inspanningen coherent voortzetten voor een meer gelijkmatige spreiding van de welvaart en van kansen op ontwikkeling over het geheel van de wereldbevolking.

Dan kom ik tot mijn derde boodschap, het terugdringen van de groeiende ongelijkheden.

Algemeen wordt vastgesteld dat inkomensongelijkheden zich de laatste jaren scherper hebben afgetekend, vooral binnen de individuele landen. De kloof tussen armen en rijken blijft groot. Het is zelfs zo dat de meeste armen vandaag niet meer in de minst ontwikkelde landen leven, maar in de landen met een gemiddeld inkomen. Ook in Westerse landen neemt de armoede toe. Het terugdringen van de groeiende ongelijkheden is geen eenvoudige opdracht. De afwezigheid van een democratische rechtsstaat en goed bestuur inclusief het bestaan van corruptie doet de ongelijkheden nog toenemen. Het maakt de zwakkeren in de samenleving nog meer kwetsbaar. Investeren in de overleving van kinderen en de gezondheid van moeders is volgens mij noodzakelijk. Evenals, meer algemeen, een  systeem van sociale bescherming voor allen.

In mijn vierde boodschap pleit ik voor waardig werk als een belangrijke sleutel voor succes.

Eén van de meest voor de hand liggende strategieën voor het bereiken van een betere spreiding van de welvaart en een beter evenwicht tussen milieu en ontwikkeling is inzetten op waardig werk voor iedereen. Groene jobs vormen een piste die moet worden onderzocht. Waardig werk betekent ook zinvol werk: zinvol voor de werknemer, zinvol voor de werkgever, maar ook zinvol voor de maatschappij in antwoord op de vele sociaal-culturele behoeften die er bestaan. Niet alleen de publieke sector, maar ook de privésector en de niet-gouvernementele wereld moeten hiertoe bijdragen.

Dames en Heren,

Bij het formuleren van deze vier boodschappen, had ik een land in gedachten dat ik eind vorig jaar bezocht en dat mij diep geraakt heeft, met name Haïti dat regelmatig getroffen wordt door natuurrampen. De natuur en de mens zijn er zeer nauw verbonden. Een duurzame menselijke ontwikkeling  is er enkel mogelijk, indien grote solidariteit getoond wordt in de heropbouw van dit uiterst kwetsbaar land. De ongelijkheid die men er ziet op alle vlakken is schrijnend. Vrouwen en kinderen zijn nog altijd het meest kwetsbaar. Onderwijs is cruciaal voor de toekomst van het land. Toch is ook hier een inclusieve en duurzame groei nodig. Een groei die op gelijkheid, billijkheid en rechtvaardigheid gesteund moet zijn. Zoveel uitdagingen die tegelijk moeten aangepakt worden: dit vraagt een grote veerkracht van een land en zijn bevolking.

In het kort samengevat, een ontwikkeIingskader voor de toekomst moet rekening houden met de universaliteit van de uitdagingen, met de hoognodige solidariteit, met de strijd tegen ongelijkheid en met de sociale dimensie.

U bent vandaag aan zet.

Ik dank u.