Paul Magnette moderniseert Wet op Ontwikkelingssamenwerking

Datum: 11 december 2012

Vandaag werd in de Commissie Buitenlandse Betrekkingen het wetsontwerp gestemd van minister van Ontwikkelingssamenwerking Paul Magnette dat de wet van 25 mei 1999 over de Belgische internationale samenwerking moet moderniseren. Deze belangrijke wet, die de rechtsgrondslag van de principes en methodes van de Belgische samenwerking vormt, was na twaalf jaar toe aan een grondige herziening om beter aan te sluiten bij de veranderende internationale context en de nieuwe uitdagingen waarmee de ontwikkelingssamenwerking wordt geconfronteerd: de opkomst van nieuwe actoren in de ontwikkelingsfinanciering, de grotere rol van het maatschappelijke middenveld en de uitdagingen verbonden aan mondiale collectieve goederen (toegang tot gezondheidszorg, strijd tegen aids en andere pandemieën, behoud van natuurlijke hulpbronnen etc.).

De noodzaak om de wet te moderniseren kwam de afgelopen jaren duidelijk naar voren uit de hoorzittingen in de parlementaire commissies, de Staten-Generaal van de Ontwikkelingssamenwerking en uit de evaluatie die door de Bijzonder Evaluator van de Ontwikkelingssamenwerking van de wet werd gemaakt.

Vandaag staat de ontwikkelingssamenwerking voor een dubbele uitdaging. Enerzijds is het van essentieel belang om de hulp doeltreffender te laten verlopen. En anderzijds is het, in een context waarbinnen het effect van andere beleidsmaatregelen op die hulp steeds groter wordt, primordiaal om de beleidscoherentie te waarborgen ten gunste van de ontwikkelingssamenwerking. Zo moet vermeden worden dat inspanningen op het vlak van ontwikkelingssamenwerking worden ondermijnd door andere beleidsmaatregelen, die soms binnen dezelfde landen of instellingen genomen worden. Het wetsontwerp van minister Paul Magnette moet dan ook:

  • de Belgische officiële ontwikkelingshulp doeltreffender maken door een betere afstemming op het beleid van de ontvangende landen die verantwoordelijk zijn voor hun eigen ontwikkeling, een betere coördinatie tussen (o.a. de Europese) donoren, een meer resultaatgerichte aanpak en de uitbouw van een democratisch ontwikkelingsbeleid in die landen in samenwerking met het lokale middenveld;
  • de hulp duurzamer maken, met een geïntegreerde aanpak op het vlak van klimaatverandering en met aandacht voor de drie pijlers van duurzame ontwikkeling (economisch, sociaal en milieu);
  • de beleidscoherentie ten gunste van de ontwikkelingssamenwerking versterken;
  • de Belgische ontwikkelingssamenwerking baseren op een aanpak die gestoeld is op rechten, waarin de sociaaleconomische en culturele rechten (gezondheid, onderwijs, fatsoenlijk werk, huisvesting, voeding,…), burgerlijke en politieke rechten (discriminatie, vrije meningsuiting,…) en het recht op ontwikkeling een centrale plaats hebben.

Minister Paul Magnette voegde daar aan toe: “Economische ontwikkeling is een essentieel element voor ontwikkelingslanden om uit de armoede en de afhankelijkheid van hulp te geraken, maar natuurlijk niet onder alle omstandigheden. Ik heb er daarom op gelet de agenda voor fatsoenlijk werk van de ILO, de sociale economie, de versterking van de lokale productiecapaciteit, het lokaal ondernemerschap, fair trade etc. allemaal op gelijke voet te plaatsen. Deze benadering beschouwt ontwikkelingssamenwerking dan ook meer als een kwestie van rechtvaardigheid en niet als liefdadigheid.”