Didier Reynders betreurt achteruitgang van democratie in Oekraïne, zoals vastgesteld door de OVSE-waarnemers

Datum: 31 oktober 2012

Vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders neemt kennis van het voorlopige rapport van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) over de parlementsverkiezingen die op 28 oktober plaatsvonden in Oekraïne. Zeven Belgische waarnemers werden door de FOD Buitenlandse Zaken uitgestuurd om het verloop van deze verkiezingen te volgen.
 
Het rapport wijst op een achteruitgang van het democratische proces in vergelijking met de laatste verkiezingen. Op enkele incidenten na verliep de stembusgang in alle kalmte. Maar de waarnemers benadrukken dat niet alle partijen en kandidaten op gelijke manier toegang hadden tot de media, middelen en financiering. Processen die niet aan de internationale standaarden voldeden, leidden er bovendien toe dat vertegenwoordigers van de oppositie niet aan de verkiezingen konden deelnemen. Ook de Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton betreurt dit.
 
Minister Reynders riep in september nog samen met zijn collega’s van de Benelux en de Višegradlanden de Oekraïense overheid op om de verkiezingen in overeenstemming met de OVSE-standaarden te laten plaatsvinden. Het is duidelijk dat deze doelstelling niet werd gehaald.

Didier Reynders is ongerust over de achteruitgang van de rechtsstaat en de democratie in Oekraïne. Hij herinnert eraan dat de ondertekening van het Associatieakkoord tussen de EU en Oekraïne pas overwogen kan worden als op dat vlak vooruitgang wordt geboekt. Op de vooravond van het Oekraïense voorzitterschap van de OVSE roept de minister de Oekraïense regering op om het nodige te doen om deze negatieve spiraal te doorbreken. Vooral door de aanbevelingen toe te passen die in het eindrapport van de waarnemingsmissie zullen staan.