Actoren van de niet-gouvernementele samenwerking: voorrang aan de coherentie en de complementariteit van hun acties

Datum: 29 maart 2013

Deze vrijdag heeft de Ministerraad op voorstel van de minister van Ontwikkelingssamenwerking Jean-Pascal Labille, een ontwerp van koninklijk besluit goedgekeurd dat zich richt op een betere coördinatie tussen de interventies van de actoren van de niet-gouvernementele samenwerking. Deze hervorming kadert in het voornemen van minister Labille om de kwaliteit en de efficiëntie van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking in de brede zin te verbeteren.

De diversiteit van de actoren van de niet-gouvernementele samenwerking is een troef die de Belgische Ontwikkelingssamenwerking in uiteenlopende en moeilijke contexten een potentiële complementariteit en interventiecapaciteit biedt. Maar die diversiteit kan contraproductief blijken wanneer de steeds minder beschikbare financiële middelen verdeeld worden over een veelheid aan interventies die zonder onderlinge coherentie worden uitgevoerd.

Om de kwaliteit en de efficiëntie van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking te verbeteren was het dus nodig om de complementariteit van de benaderingen van de verschillende actoren onderling ten voordele van hun lokale partners te bevorderen, en daarbij deze diversiteit blijvend te benutten.

Dat is net de doelstelling van het ontwerp van koninklijk besluit dat Jean-Pascal Labille vandaag aan de Ministerraad voorlegde.

Dit ontwerp is meer dan één jaar lang breed besproken met de vertegenwoordigers van de actoren van de niet-gouvernementele samenwerking (ANGS). Deze oefening was noodzakelijk gezien de erg grote diversiteit van de belanghebbende partijen, die vandaag aan verschillende reglementeringen onderworpen zijn.

Het ontwerpbesluit dat vandaag na dit overleg werd aangenomen, belicht de volgende elementen:

1) De Gemeenschappelijke Contextanalyses: de gemeenschappelijke contextanalyse is de voornaamste strategie die weerhouden is om nog meer de nadruk te leggen op de ontwikkelingsresultaten, de context en de lokale partners centraal in het debat te plaatsen, het overleg te verbeteren, en de complementariteit of zelfs synergie tussen de verschillende ontwikkelingsactoren op basis van hun respectievelijke specificiteiten en voordelen te bevorderen.

De ANGS zullen de contextanalyses die ze met hun lokale partners in een interventieland of –regio rond bepaalde thema’s hebben uitgewerkt delen, uitdiepen en samenvatten.

2) De geografische en thematische concentratie: om de versnippering van de middelen te vermijden en de coördinatie, de complementariteit en de synergie te verbeteren, zullen de ngo’s hun middelen in een beperkt aantal landen concentreren en coherente thematische benaderingen ontwikkelen.

3) Eén enkel geharmoniseerd financieringskader dat aangepast is aan alle ANGS met een voldoende brede gemeenschappelijke reglementaire basis om eenieders specificiteiten te benutten, de complementariteit en synergie te vergemakkelijken en de reglementaire hinderpalen voor meer samenwerking weg te werken.

De koepels (11.11.11 en CNCD-operatie 11.11.11) die een rol spelen in de begeleiding en de bevordering van de GCA (gemeenschappelijke contextanalyses) bij hun leden worden erkend als vertegenwoordigende structuren van de ngo’s in dezelfde hoedanigheid als de federaties (ngo-federatie en Acodev). De vertegenwoordigende structuren zullen ook een rol spelen in de selectie van de ngo-projecten. De ngo-sector zal de taken op die manier flexibel tussen de bestaande structuren kunnen verdelen.

4) De administratieve vereenvoudiging: verschillende bepalingen verduidelijken de reglementering voor alle ANGS die een beroep zullen kunnen doen op één enkele referentiereglementering en vooral voor de ngo’s die over een meer ingewikkelde reglementering beschikten. De nadruk wordt gelegd op kwaliteitscriteria die bij erkenningsaanvragen onderzocht moeten worden, om zich te vergewissen van de nodige professionaliteit voor de ANGS.

De looptijd van de programma’s en projecten werd tot 5 jaar verlengd, wat een grotere voorzienbaarheid zal bieden in termen van financiering. De erkenningscriteria zullen als gevolg hiervan voor alle actoren strenger zijn.

De ANGS zullen daarentegen in de toekomst over een grotere rechtszekerheid beschikken, aangezien hun erkenning geldig zal zijn voor een periode van 10 jaar.