Wat is de echte prijs van mode?

Datum: 24 april 2014

Bangladesh

Het staat in ieders geheugen gegrift. De beelden van de instorting van Textielfabriek Rana Plaza in Bangladesh lieten niemand onberoerd. Meer dan 1300 mensen overleefden de ramp niet en de wereld stond in rep en roer. Hoe kon het dat grote modelabels zoals Zara en Primark hun kleren produceren in fabrieken, waar de voeten geveegd wordt met sociale rechten? Toch was deze ramp slechts het puntje van de ijsberg, want wereldwijd werken er miljoenen textielarbeiders in zulke erbarmelijke omstandigheden.

Wereldwijd werken meer dan 47 miljoen mensen in de kledingsector. Het grootste deel daarvan is tewerkgesteld in ontwikkelingslanden. Vooral Centraal- en Zuid-Azië zijn koplopers in de textielindustrie, want samen zijn ze verantwoordelijk voor 75% van de handel. Deze landen zijn eveneens nummer één als het gaat om het met de voeten treden van arbeidsrechten. Arbeiders werken zeven dagen op zeven, tot soms wel veertien uur lang in een ongezonde werkomgeving. Dat allemaal voor een karig loontje dat meestal zelfs nog niet eens tot het minimumloon reikt.

De instorting van Rana Plaza maakte meer dan duidelijk dat textielarbeiders in zeer gevaarlijke arbeidsomstandigheden tewerkgesteld worden. Veel fabrieken hebben geen ventilatiesysteem, een gebrek aan ruimte en sanitair, en vooral een tekort aan veiligheidsmaatregelen. Dit leidt vaak tot arbeidsongevallen die soms catastrofaal zijn. Toch kunnen de werknemers hier vrijwel niets aan veranderen. 85% van de werknemers zijn namelijk vrouwen. Zij krijgen bovenop al deze omstandigheden ook nog eens te maken met discriminatie, geweld en seksuele intimidatie.

“Wanneer de arbeiders zich verenigen in vakbonden of in opstand komen tegen hun werkgever, worden ze op staande voet ontslagen en neemt een ander hun plaats in. De enige oplossing voor hen is dus werken zonder morren, ook al is het maar voor een minimumloon waar velen niet eens mee rondkomen”, vertelt Annemie Janssens - diensthoofd van de ngo Wereldsolidariteit. Het laagste minimumloon werd vastgesteld in Bangladesh. Daar werken de arbeiders voor een karig loon van slechts dertig euro per maand. Toch is het simpelweg onmogelijk om met dertig euro een hele familie te onderhouden en dan ook nog eens in voedsel en onderdak te voorzien. Het aantal vrouwen dat op een dag flauwvalt in de fabriek, valt dan ook bijna niet te tellen.


Geen scrupules

Veel grote modeketens en zelfs vooraanstaande modeontwerpers stappen zonder enige scrupules mee in deze corrupte praktijken. Zij stellen hun winsttarget voorop en gaan letterlijk over lijken om deze doelstellingen te behalen. “Aan een T-shirt van vijftien euro verdient een Aziatische werknemer vaak nog geen 2 eurocent”, meldt Janssen van Wereldsolidariteit. Ook de consumenten staan niet altijd stil bij de weg die onze kleding al heeft afgelegd. Recent onderzoek van de VRT wees uit dat 82% van de Vlamingen nooit stilstaat bij de mensonterende omstandigheden waarin textielarbeiders vaak moeten werken. En dan te bedenken dat een kledingstuk door meer dan honderd handen passeert.

Toch is er een lichtpuntje in zicht. Er zijn steeds meer modelabels die werk willen maken van duurzaam ondernemen. Ecologische kledingwinkels die zichzelf bewust een duurzaam imago willen aanmeten, worden een echte hype. Eén van de koplopers in dit concept is Mud Jeans. Dit modelabel klampt zich sterk vast aan zijn duurzaam imago. “Bij ons kan je een gerecycleerde jeans leasen voor een vast bedrag per maand. Wanneer je de broek beu bent geef je ze gewoon terug aan ons en maken wij er iets anders van. Onze kleding wordt gemaakt in Turkije en Italië, en door samen te werken met verschillende partners (Max Havelaar, BSCI,…) kunnen we garanderen dat elk kledingstuk in gunstige arbeidsomstandigheden gemaakt wordt”, vertelt Danique Gunning, verantwoordelijke bij Mud Jeans.


Wereldsolidariteit

Gelukkig zijn er verschillende ngo’s die zich bezighouden met de textielindustrie in de ontwikkelingslanden. Dit jaar staat de campagne van Wereldsolidariteit helemaal in het teken van “Schone Kleren”. “Er zijn drie actiepunten die we tijdens onze campagne willen aanpakken: de onveilige werkomstandigheden, onleefbare lonen en verbod op vereniging”, meldt Janssens van Wereldsolidariteit.

Volgens haar is het ook belangrijk om de kledingbedrijven ervan te overtuigen om lid te worden van de Fair Wear Foundation. “Dit is een onafhankelijke organisatie die Westerse kledingketens ondersteunt om stappen te zetten naar het maken van schone kleren”, aldus Janssens.

Toch zijn er nog heel wat zaken die aan verandering toe zijn. “Het begint allemaal bij de consument, die in de eerste plaats moet kiezen voor een duurzaam label. Mensen denken vaak dat ze voor een T-shirt die in waardige werkomstandigheden gemaakt is meer moeten betalen. Dit is zeker niet het geval aangezien slechts 0,6% van de totale verkoopprijs van een T-shirt, naar het loon van de werknemers gaat”, vertelt Janssens.

Uit al deze feiten kunnen we opmaken dat er wel degelijk iets beweegt in de internationale kledingindustrie. Toch moeten de consumenten nog mondiger worden om de modeketens ervan te overtuigen om waardige werkomstandigheden in hun beleid te integreren. Je kan dit alvast doen door via de website van de Schone Kleren campagne een protest-T-shirt te ontwerpen. Op die manier steun je de oproep van Wereldsolidariteit aan Belgische kledingbedrijven om meer “schone kleren” in de rekken te hangen. De vijf T-shirts die op 15 juni 2014 het meeste stemmen hebben veroverd, worden in geproduceerd en opgestuurd naar de winnende ontwerpers!

Bron: Federaal Instituut voor Duurzame Ontwikkeling
© foto: FocusBangla


Meer weten