Herdenkingsplechtigheid bij het monument in het Kamp Kigali

Datum: 08 april 2014

HERDENKINGSPLECHTIGHEID BIJ HET MONUMENT IN HET KAMP KIGALI,
8 APRIL 2014

TOESPRAAK VAN VICE-EERSTE MINISTER EN MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
DIDIER REYNDERS

CEREMONIE DE COMMEMORATION AU MEMORIAL DU CAMP KIGALI, 
LE 8 AVRIL 2014 
DISCOURS DU VICE-PREMIER MINISTRE ET MINISTRE DES AFFAIRES ETRANGERES DIDIER REYNDERS

 

Beste families,
Mevrouw de Minister,
Excellenties,
Dames en heren,
Beste vrienden

Gisteren hebben wij samen het hoofd gebogen om alle slachtoffers te herdenken van de genocide tegen de Tutsi’s in Rwanda, twintig jaar geleden, en in nagedachtenis van diegenen die getracht hebben zich te verzetten en die werden afgeslacht omdat zij streden voor een democratisch Rwanda.

Vandaag zetten wij die herdenking voort, hier op deze plaats die net als vele andere plaatsen in Rwanda herinnert aan het onbeschrijflijke drama dat de genocide in 1994 was. Voor België is dit natuurlijk een bijzondere plaats. Hier worden we eraan herinnerd dat ons land nauw verbonden was met deze tragedie. Hier worden we ook herinnerd aan de schok die werd veroorzaakt bij 22 gezinnen en bij het hele Belgische volk door de moord op landgenoten die nochtans waren gekomen om het Rwandese volk te helpen. Mijn gedachten gaan dan ook in de eerste plaats naar die landgenoten en hun gezinnen.

Samen met ons zijn hier vandaag ook de gezinnen van de 10 blauwhelmen die hier zijn omgekomen na een hardnekkig verzet. Ze waren naar dit land gekomen, ver van huis, om bij te dragen tot vrede. En plots zaten ze gevangen in een explosie van haat en geweld.

Onder de aanwezigen vandaag zijn ook vertegenwoordigers van de gezinnen van de twaalf landgenoten die omkwamen bij die pijnlijke gebeurtenissen. Sommigen van hen werden gedood omdat ze gehuwd waren met een Tutsi-man of -vrouw. Anderen waren het slachtoffer van de anti-Belgische propaganda die in die tijd woedde, en met name werd gevoerd door de kwaadwillige radio Mille Collines, die de Belgen aanwees als handlangers van de FPR en verantwoordelijk stelde voor de moord op president Habyarimana.

Bij dit eerbewijs wil ik ook de Rwandese personeelsleden van onze ambassade in Kigali betrekken. Acht van hen kwamen om tijdens de genocide.

Aan wie een naaste verloren heeft, zou ik wil zeggen: 20 jaar na die verschrikkelijke gebeurtenissen zijn we hen niet vergeten, en we zullen hen ook nooit vergeten.

*****

Het was op precies deze plaats dat onze eerste minister Guy Verhofstadt 14 jaar geleden de juiste woorden vond om de fouten van België te erkennen en zijn verantwoordelijkheid op te nemen. Ik citeer: "Ik bevestig dat de hele internationale gemeenschap een immense verantwoordelijkheid draagt. Een dramatische opeenvolging van nalatigheden, slordigheden, incompetenties, twijfels en fouten heeft de omstandigheden gecreëerd voor een onnoemelijke tragedie. Ik geef hier, tegenover u, de fouten van mijn land toe, van de politieke en militaire overheden. België stond in het centrum van de VN-operatie. Onder onze ogen voltrok zich de genocide. België en de internationale gemeenschap moeten hun fouten erkennen. Ik weet niet, ik zal nooit weten, of die verschrikkelijke gebeurtenissen van 1994 vermeden hadden kunnen worden, maar ik ben ervan overtuigd dat we meer hadden moeten doen, dat we beter hadden moeten doen." Einde citaat

Tegelijkertijd beklemtoonde hij de diepe solidariteit van ons land met Rwanda. Tijdens de Conferentie over de Preventie van Genocides die op dinsdag 1 april jongstleden plaatshad in het Brusselse Egmontpaleis, verwees Secretaris-Generaal Ban Ki Moon van de Verenigde Naties naar de terugtrekking van de VN-blauwhelmen uit Rwanda in 1994 en de aarzeling van de Verenigde Naties ten aanzien van de gebeurtenissen in Srebrenica. Hij benadrukte het belang om lessen te trekken uit deze fouten. De verklaring van toenmalig Premier Verhofstadt en de noodzaak om lessen te trekken blijven de leidraad van onze acties.

Sinds 1995 heeft het Belgisch gerecht personen die verdacht werden van genocide en zich op ons grondgebied bevonden, vervolgd. Verschillende processen hebben geleid tot veroordelingen. Die inspanning wordt voortgezet, op dit ogenblik wordt een nieuw proces voorbereid. Wij zijn vastbesloten door te gaan met de strijd tegen straffeloosheid en ervoor te zorgen dat alle verantwoordelijken voor de genocide terechtstaan, waar ze zich ook bevinden.

Maar we moeten ook waakzaam blijven voor de toekomst, zoals de dramatische toestand in andere landen waar het spookbeeld van genocide opdoemt, aan herinnert. Het bestrijden van alle soorten van extremisme, racisme, uitsluiting van anderen, discriminatie, etnische of religieuze haat vraagt om voortdurende oplettendheid. De actualiteit in de wereld herinnert ons daar helaas al te vaak aan.

Het is in die geest dat, ter gelegenheid van de twintigste verjaardag, de deelnemers aan de internationale topconferentie over de preventie van genocide waarover ik zonet nog sprak opnieuw het belang hebben bevestigd om deel uit te maken van internationale juridische instrumenten, het opnemen van de verantwoordelijkheid om te beschermen en om de nodige maatregelen te nemen om elke genocide te voorkomen. Het is ook van essentieel belang dat we jongeren opvoeden tot openheid en verdraagzaamheid, om te vermijden dat ideeën van haat en uitsluiting van andersdenkenden nog een voedingsbodem vinden.

Ik verzeker u dat België op dit elan zal doorgaan, deze boodschap zal blijven verspreiden en, samen met zijn partners binnen de internationale gemeenschap, erop zal toezien dat die aanbevelingen geen dode letter blijven.

*****

Mevrouw de minister,
Dames en heren,

In 20 jaar tijd heeft Rwanda heel wat bereikt. Ik was met bewondering getuige van de grondige heropbouw en transformatie van het land en het verheugt mij dat België een belangrijke partner van Rwanda blijft in zijn streven naar sociale en economische hervorming. Ik neem aan dat er nog heel wat werk voor de boeg is, want twintig jaar is slechts een korte tijdspanne in de geschiedenis van de mensheid.

Wij willen ook Rwanda, net als de andere ondertekenaars van het kaderakkoord van Addis Abeba, aanmoedigen om de engagementen van dit akkoord ten uitvoer te brengen en op die manier bij te dragen tot een duurzame oplossing voor de crisis in Oost-DRC en tot algemene stabiliteit en bloei van het Grote Merengebied.

Het Rwanda dat we vandaag zien, heeft niets meer te maken met het Rwanda van 1994. Afgezien van alle hindernissen, kan ik stellen dat België zinnens is de zijde van Rwanda te blijven kiezen bij het opbouwen van een tolerante, vreedzame, verzoenende, welvarende en democratische samenleving.