Armoedebestrijding begint met het uitbannen van ongelijkheid

Datum: 28 januari 2014

Armoedebestrijding begint met het uitbannen van ongelijkheid

Hoewel het vaststaat dat ongelijkheid de ontwikkeling van landen op verschillende vlakken afremt, werd tot nu toe weinig gedaan om die ongelijkheid weg te werken, zo verklaarde Helen Clark, Hoofd van het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP), tijdens een lezing in het International Growth Centre aan de London School of Economics.

“De combinatie van economische uitsluiting en politieke uitsluiting is een explosieve mix. Dat blijkt nog maar eens uit de recente onlusten her en der in de wereld. En toch werd tot nog toe weinig vooruitgang geboekt met het uitbannen van ongelijkheid, in al haar vormen en gedaanten,” benadrukte Clark.

“Verscheidene onderzoeken tonen aan dat inkomensongelijkheid een hinderpaal is voor groei op lange termijn, een negatief effect heeft op de gezondheid, politieke instabiliteit in de hand werkt, bijdraagt tot meer geweld, het maatschappelijke weefsel verzwakt en de collectieve besluitvorming ondermijnt die nodig is om effectieve hervormingen door te voeren.”

De inkomensongelijkheid blijft wereldwijd hoog: 8% van de wereldbevolking is goed voor de helft van alle inkomsten in de wereld; de andere helft wordt verdeeld over de overige 92%.  

Volgens een rapport dat gisteren door Oxfam International werd gepubliceerd, zijn de 85 rijkste mensen op aarde samen even vermogend als de armste helft van de wereldbevolking.

“Een dergelijke verdeling wordt door internationale maatschappelijke netwerken terecht als onaanvaardbaar beschouwd vermits die niet alleen onrechtvaardig is, maar ook de ontwikkeling op losse schroeven zet,” aldus Clark.

Op basis van de menselijke ontwikkelingsindex aangepast aan de ongelijkheid (IHDI), die niet alleen rekening houdt met de gemiddelde resultaten van een land op het gebied van gezondheid, onderwijs en inkomen, maar ook met de verdeling daarvan, besluit het Human Development Report 2013 dat het gemiddelde verlies voor de menselijke ontwikkeling wereldwijd te wijten aan ongelijkheid zo’n 23% bedraagt.

Clark benadrukte dat ongelijkheid niet alleen via het maatschappelijke beleid moet worden aangepakt. Daarvoor is ook een inclusieve groei met voldoende werkgelegenheid nodig, evenals een meer rechtvaardige internationale regelgeving in tal van domeinen, van de handel tot de financiële sector over het tegengaan van klimaatverandering.

Ze opperde dat de nieuwe post-2015 ontwikkelingsdoelen, die momenteel door de internationale gemeenschap worden uitgetekend en die rekening houden met de mening van burgers over de hele wereld, een centrale rol kunnen spelen in het uitbannen van ongelijkheid en het bevorderen van een algehele ontwikkeling.

“Die nieuwe doelen zullen de krijtlijnen voor de internationale duurzame ontwikkelingsagenda voor de komende vijftien jaar uitzetten. In die periode moeten we knopen doorhakken en resoluut werk maken van de uitroeiing van armoede in al zijn dimensies en streven naar meer gelijkheid en meer respect voor de beperkingen van de natuur op de weg naar ontwikkeling.”

UNDP zal binnenkort een nieuw rapport publiceren dat peilt naar de trends en factoren van ongelijkheid. Volgens het rapport is de inkomensongelijkheid in de ontwikkelingslanden tijdens de periode 1990-2010 met 11% toegenomen. De overgrote meerderheid van de gezinnen in ontwikkelingslanden – meer dan 75% van de bevolking – leeft vandaag in een maatschappij met een grotere inkomensongelijkheid dan in de jaren 1990.

Meer weten

© Foto: Oxfam/Tom Pietrasik