Europese Ontwikkelingsdagen 2013: Jean-Pascal Labille pleit voor een universele sociale bescherming

Datum: 27 november 2013

Jean-Pascal Labille

De Europese Ontwikkelingsdagen (EOD), die worden georganiseerd door de Europese Commissie, vormen het Europees forum bij uitstek waar de vraagstukken en uitdagingen betreffende ontwikkelingssamenwerking worden besproken.

Ter gelegenheid van de editie 2013 van de EOD, heeft Belgisch Minister van Ontwikkelingssamenwerking Jean-Pascal Labille deze woensdag deelgenomen aan een sessie over inclusieve groei.

Tijdens deze discussie hield Jean-Pascal Labille een pleidooi voor de invoering van een ‘universele sociale bescherming’ in het kader van de toekomstige mondiale ontwikkelingsstrategie na 2015, het jaar waarin de Millenniumdoelstellingen verstrijken die in 2000 werden vastgelegd door de internationale gemeenschap.

We leven in een wereld in volle verandering die ons niet langer toelaat om dezelfde recepten te hanteren als die uit het verleden. In een wereld waarin het vermogen van enkele van de rijkste mensen groter is dan het BNP van de 48 armste landen, moeten we ons volop bezighouden met de problematiek van ongelijkheid.

De Millenniumdoelstellingen hebben een uniek kader gecreëerd om financiële middelen te mobiliseren in de strijd tegen extreme armoede, maar ze zijn er niet in geslaagd om de ongelijkheid te belichten. Daarin schuilt een van hun grote zwaktes. Het nieuwe post-2015 ontwikkelingskader moet dan ook een inhaalbeleid instellen.

Voor Jean-Pascal Labille vormt het publiek beleid inzake sociale bescherming een van de beste en meest efficiënte manieren om de ongelijkheid te bestrijden. De internationale gemeenschap moet daarom vanaf dan aan sociale bescherming een belangrijkere plaats toekennen binnen het politiek debat.

Jean-Pascal Labille pleit voor een ‘universele sociale bescherming’ waarbij niemand ‘buiten het systeem valt’.  Vandaag geniet slechts 20% van de wereldbevolking van een toereikende sociale bescherming. Volgens de WGO, komen jaarlijks honderden miljoenen mensen onder de armoedegrens terecht omdat ze voor gezondheidszorg moeten betalen. Bijna een miljard arbeiders moest in 2011 zien rond te komen met minder dan 2 dollar per dag…

Jean-Pascal Labille

Volgens sommige schattingen, zou de financiering van de pijlers van de sociale bescherming rond de 2 à 6% van het BNP schommelen, waardoor deze financiering voor ontwikkelingslanden een belangrijke maar haalbare uitdaging vormt. Daarom verdedigt Jean-Pascal Labille de instelling van een Mondiaal Fonds voor sociale bescherming dat wordt gespijsd door nieuwe financieringsbronnen zoals een taks op financiële transacties.

Sinds lange tijd legt de internationale gemeenschap louter het accent op het belang van economische groei in de strijd tegen armoede. Niemand stelt vandaag in vraag dat groei op zich geen middel zou zijn om armoede en kwetsbaarheid weg te werken. De sociale bescherming pakt de structurele oorzaken van armoede en sociale uitsluiting aan. Zij draagt bij aan de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen, verhoogt de capaciteit van kwetsbare en arme personen. Zij doorbreekt ook de generatiearmoede.

De sociale bescherming is ook een uitstekende maatschappelijke stabilisator omdat zij de legitimiteit van de Staat bekrachtigt, en zo een bijdrage levert aan sociale vrede en aan een gunstige context voor economische ontwikkeling.

Om al deze redenen is de heer Labille van oordeel dat de idee om een basisinkomen te garanderen om zo sociale uitsluiting te vermijden, een plaats zou moeten krijgen binnen het nieuwe post-2015 ontwikkelingskader. Hij concludeert: “De garantie op een basisinkomen en op toegang tot essentiële diensten vormt een onontbeerlijke investering in een duurzame economische ontwikkeling”.