Vrijlating van Pierre Piccinin

Datum: 09 september 2013

Vandaag, maandag 9 september 2013 om 5u40, is Pierre Piccinin vanuit Rome in Brussel aangekomen. Piccinin, die samen met de Italiaanse journalist, Domenico Quirico, gedurende 5 maand gegijzeld was in Syrië, is lichamelijk in goede gezondheid en vertoeft momenteel bij zijn familie om uit te rusten. Overeenkomstig haar principes, heeft de Belgische regering de familie gesteund, maar heeft ze geweigerd om aan welke vorm van onderhandeling ook deel te nemen over het eventueel betalen van losgeld. De Belgische regering deelt de emotie en de opluchting van de familie en de naasten van Piccinin. Ze bedankt ook de Italiaanse autoriteiten voor de uitstekende samenwerking en alle betrokken Belgische diensten voor het werk dat ze hebben gedaan.

Sinds april 2013 waren Pierre Piccinin en Domenico Quirico als vermist opgegeven in de regio van Homs in het westen van Syrië. Buitenlandse Zaken had hem nochtans, gelet op zijn voorgeschiedenis en de reisadviezen voor Syrië, ten stelligste afgeraden naar deze regio te reizen.

Na herhaalde contacten met Buitenlandse Zaken, hebben de ouders van Pierre Piccinin, op hun aanraden van hun diensten, een klacht neergelegd bij het parket van Dinant. Het parket van Dinant heeft vervolgens een onderzoek opgestart. Op 28 april 2013 werd de onderzoeksrechter werd door het parket van Dinant gevat met een onderzoek lastens onbekenden wegens de ontvoering en wederrechtelijke vrijheidsberoving van Pierre Piccinin.

Het federaal parket nam op 17 juni 2013 dit strafdossier van het parket Dinant over, alsook de rol van Openbaar Ministerie. Het federaal parket heeft op dat moment ook een aanvullende vordering ingesteld wegens gijzelneming (artikel 347bis SWB juncto artikel 10.5° V.T.W.Sv) en verzocht de onderzoeksrechter met name over te gaan tot een aantal zeer concrete aanvullende onderzoeksdaden.

Op basis van de elementen van het strafonderzoek bleek algauw dat het ging om een terroristische gijzeling. Daarop besliste het federaal parket op 2 juli 2013, een gespecialiseerde Brusselse onderzoeksrechter terrorisme met het verder onderzoek te belasten. Het geheel van elementen en feiten maken momenteel het voorwerp uit van een strafrechtelijk onderzoek.

Overeenkomstig de evolutie van het dossier en de beschikbare informatie, stonden de Belgische overheden in contact met de ouders van Pierre Piccinin om hen te informeren.

Omwille van de aard en de context van de feiten in deze zaak, de nationale en internationale impact die zij hebben en het feit dat zij onmiddellijk de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de politieke overheden raken, werd beslist – en dit volgens de voorziene procedure terzake, om deze gijzelingssituatie verder af te handelen middels de in plaatstelling van een beleidsstaf onder co-voorzitterschap van de premier (vertegenwoordigd door de directeur-generaal van het Crisiscentrum) en de federale procureur.

De situatie werd gevolgd door de premier, de minister van Binnenlandse Zaken, Justitie, Buitenlandse Zaken en Defensie, alsook door de autoriteiten en politiediensten en de bevoegde inlichtingendiensten. Er werden ook regelmatig contacten onderhouden met de Italiaanse autoriteiten.

Dit betekent dat, met in achtneming van eenieders eigen wettelijke bevoegdheden, alle beslissingen die de verantwoordelijkheden en bevoegdheden, zowel van de gerechtelijke als van de politieke overheden raken, in volledige overeenstemming door en in het raam van een permanent overleg tussen het co-voorzitterschap worden genomen. Dergelijk co-voorzitterschap werd reeds met succes  toegepast ten tijde van de maritieme kaping van de Pompei . Deze samenwerking heeft andermaal zijn vruchten afgeworpen in deze zaak.

De Belgische autoriteiten werden zondagavond 8 september 2013 op de hoogte gebracht door hun Italiaanse homologen van de vrijlating van de twee gijzelaars. De Belgische regering bedankt de Italiaanse overheden.