Openingstoespraak Minister Reynders op de Diplomatieke Dagen

Datum: 04 februari 2013

Openingszitting diplomatieke dagen 2013

'Europa staat voor grote keuzes'

door
Vicepremier en Minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel
en Europese Zaken Didier Reynders
Brussel, 4 februari 2013

Excellenties, Dames en Heren,

Het is geen toeval dat wij als hoofdthema van deze week de 'Staat van de Europese Unie' hebben gekozen. Het thema is de laatste jaren niet meer uit de actualiteit weg te branden. Globalisering, jobverlies, crisis van de eurozone, straatprotesten in Athene of elders, besparings- en herstructureringsprogramma's alom, de langverwachte speech van Premier Cameron enz. Vrije tribunes en pamfletten over Europa volgen elkaar op, maar vaak met een kritische ondertoon of een van verwarring. Wie nog steeds meent dat Europa ver van ons bed staat en de burger onberoerd laat, moet wel op een andere planeet leven.

Bij wijze van inleidende bijdrage tot de discussies en informatiesessies die u deze week zal voeren, wil ik uitleggen hoe het hervormingsdebat in de eurozone ons in de komende jaren zal dwingen een heel nieuw bestuursmodel uit te werken voor de materies die de lidstaten en hun burgers aan het Europese niveau hebben toevertrouwd.

In 2012 werd een indrukwekkend dispositief aan hervormingsmaatregelen aangenomen op het vlak van het Europees economisch bestuur. Ik breng even de voornaamste realisaties in herinnering:

  • op 2 maart werd het Verdrag inzake Stabiliteit, Coördinatie en Bestuur ("begrotingspact") getekend; op 1 januari jl. trad het in werking voor die landen die het al hebben goedgekeurd.
  • tijdens de Europese Raad van juni 2012 werd het Pact voor groei en tewerkstelling aangenomen.
  • het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) trad in werking op 27 september jl.
  • in het najaar van 2012 werd het algemene kader van een Europees toezichtsmechanisme voor banken uitgewerkt;
  • inzake versterkte begrotingscoördinatie schoot de bespreking van het zgn. 2-pack goed op en werd de onderhandeling bijna afgerond.

Veel belangrijk werk werd dus verricht, maar de klus is nog niet af. Er is geen plaats voor te snelle tevredenheid, ook al is er op de financiële markten de rust onmiskenbaar teruggekeerd en zijn de financieringstarieven voor een aantal Lidstaten tot aanzienlijk lagere of zelfs historisch lage niveau's gezakt, zoals voor België.

Tijdens de Europese Raad van december 2012 werd ook een stappenplan aangenomen voor de verdere verdieping van de EMU, op basis van de voorstellen van de voorzitter van de Europese Raad, Herman Van Rompuy. Een volwaardige, stabiele en duurzame monetaire unie moet volgens hem bestaan uit vier grote bouwstenen:

  • een bankenunie;
  • een begrotingsunie;
  • een economische unie;
  • een adequaat systeem van democratische legitimiteit en rekenschap.

In december 2012 kwamen de regeringsleiders ook overeen om ondertussen concreet verder te werken aan een aantal elementen van dit plan, zoals bv.

  • de uitwerking van 'contractuele overeenkomsten voor concurrentievermogen en groei ', en de solidariteitsmechanismen om deze contracten te ondersteunen,
  • de sociale dimensie van de EMU,
  • een betere ex ante-beleidscoördinatie door de Lidstaten.

In juni van dit jaar zouden zij daarover de eerste beslissingen moeten nemen. Tot dan zullen aftastende gesprekken en consultaties met de betrokken raadsformaties plaatsvinden.

U ziet dat er hard wordt verdergewerkt op al deze werven. Ik verwacht mij nog aan zeer moeilijke discussies over al deze netelige onderwerpen. Bovendien blijft de financiële situatie van een aantal lidstaten, ondanks alle reële verbeteringen, vrij precair.

Dit alles moet op termijn leiden tot een echte economische unie , die een noodzakelijk en essentieel complement moet zijn van de monetaire unie, zoals trouwens initieel voorzien was bij de creatie van de Euro in het verdrag van Maastricht. De weg is nog lang en moeilijk , maar op zijn minst hebben we nu een preciezer idee van hoe de weg er uit ziet.

De weg die we tot nog toe aflegden, hebben we waar mogelijk met 27 leden gedaan, soms met 17 en in en bepaald aantal gevallen met een kleiner (begrotingspact) of zelfs een hoger getal (groeipact). Deze alsmaar complexer wordende diversifiëring gebeurde wel steeds met de idee dat op termijn alle lidstaten toetreden tot dit economisch bestuursmodel en dat de deur voor iedereen open blijft staan, althans voor zover aan de vereiste voorwaarden wordt voldaan.

In het voorbije jaar rijpte ook het inzicht dat een doorgedreven geïntegreerd economisch bestuursmodel ook een corresponderend democratisch gehalte moet bevatten. Ik citeer uit het rapport van Herman Van Rompuy van 26 juni 2012: "Indien stappen worden gezet naar een meer geïntegreerde budgettaire en economische besluitvorming tussen de landen onderling, zullen derhalve sterke mechanismen noodzakelijk zijn voor een legitieme en verantwoordelijke gezamenlijke besluitvorming. Het is essentieel om publieke steun te verwerven voor besluiten die in heel Europa gelden en diep ingrijpen in het dagelijkse leven van de burgers."

Hoe kunnen wij de verschillende bevoegheidsniveaus op elkaar doen inspelen en tegelijk het democratisch en transparant karakter van alle beslissingen op elk niveau waarop zij genomen worden, respecteren? De ministers van Europese Zaken wijdden er in januari jl. in Dublin een interessante informele vergadering aan.

Federale staten kennen deze veeleisende werkmethode al: zij hebben over de jaren heen leren werken met een meerlagig bestuursmodel: het lokale, regionale en nationale niveau, meestal met reële wetgevende en parlementaire bevoegdheid op zowel regionaal als nationaal niveau. Voor deze lidstaten, zoals Duitsland, België, Italië of Spanje, is de Europese bestuurslaag in essentie niet veel meer dan een bijkomende laag waarin elk onderdeel gaandeweg zijn plaats moet leren vinden.

En zo komen we onvermijdelijk via de crisis van de Eurozone terecht in het hart van het debat over de Toekomst van Europa. Welke instellingen zijn nodig om de Unie beter te doen functioneren ? Hoe kan hun werking efficiënter worden gemaakt? Hoe kunnen ze een betere participatie van de burgers of van bv. nationale politici toelaten ? Hoe kan de veelheid van meningen omgevormd worden in coherente en efficiënte beslissingen? Deze vragen hebben uiteraard ook een externe dimensie: hoe kan de Europese Unie beter en eensgezinder haar stem laten horen in de wereld?

Ik had het grote genoegen vorig jaar over al deze vragen intens te kunnen overleggen met een 10 andere, gelijkgezinde ministers van Buitenlandse Zaken in een groep die werd samengebracht op initiatief van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Guido Westerwelle.

Sinds 23 januari jl. kreeg het debat over de toekomst van Europa een nieuwe en concretere dimensie. Ik spreek natuurlijk over "the speech", nl. die van de Britse premier Cameron, waarin deze beschrijft hoe hij de Europese Unie wil zien veranderen in de komende jaren om deze aanpassingen nadien te kunnen voorleggen aan het Britse publiek in een "in/out" referendum ten laatste eind 2017, indien natuurlijk de Conservatieve Partij aan de macht blijft na de parlementsverkiezingen van 2015.

De Britse premier wil een Unie die meer, zoniet hoofdzakelijk, is toegespitst op vrijhandel en competitiviteit, om zo de zakenwereld beter te kunnen helpen eerder dan diens leven moeilijker te maken met allerhande onnodig belastende voorschriften. Voor de rest moeten de lidstaten vrij kunnen kiezen welke bevoegdheden zij met elkaar willen delen of niet. De speech van David Cameron bevat inderdaad een aantal interessante aspecten en aandachtspunten wanneer het op de competitiviteit van de EU aankomt. Ook wij delen op een aantal punten die zorg.

Het probleem is wel dat wij veel meer verlangen van de EU dan dit minimum-programma. Een gemeenschappelijk landbouwbeleid, een solidair regionaal ontwikkelings- en cohesiebeleid, interne veiligheid, buitenlands beleid en defensie, culturele en educatieve uitwisselingen, een vrije ruimte voor onze werknemers en werkgevers, een gemeenschappelijke munt om maar enkele belangrijke beleidsdomeinen te noemen waarin wij, België, samen met 26 andere lidstaten en binnenkort enkele nieuwe lidstaten al jarenlang alsmaar nauwer samenwerken. Wij doen dit omdat we geloven dat onze vereende inspanning tot meer resultaten leidt, de welvaart en het welzijn van onze burgers en bedrijven verhoogt en omdat dit de positie van Europa in de zich razendsnel globaliserende wereld versterkt. Wij kiezen dus niet voor een minimum-programma maar voor het model met de "full options".

Ik respecteer de vragen die Premier Cameron stelt en de methode die hij kiest: dat is zijn keuze en de Britse kiezers zullen zich hierover kunnen uitspreken. En ik wil ook graag hier nadrukkelijk beklemtonen dat een vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie in de eerste plaats voor dat land zelf een groot verlies zou zijn, maar ook voor de Unie: de bijzondere ingesteldheid van het Verenigd Koninkrijk, dat Premier Cameron zelf  zo treffend beschreef in de inleiding van zijn speech, is volgens mij en vele anderen altijd een verrijking voor de EU geweest. Maar laat me even nadrukkelijk stellen dat een ontrafeling van het Europese werkkader, de ‘menukaart’, voor België een probleem zou stellen.

België is niet tégen een gedifferentieerd beleid: het staat op tal van plaatsen in de verdragen en we passen het in een aantal belangrijke domeinen toe, om maar enkel het gebruik van de euro te vermelden. Maar ik wil hier wel meteen een zeer belangrijke nuance toevoegen: met zijn allen aan een gedifferentieerd ritme vooruit gaan in nieuwe beleidsdomeinen is één zaak (en is toegelaten volgens de verdragen), maar zich selectief terugtrekken uit gevestigde en vaak erg succesvolle beleidsdomeinen is van een heel andere orde en is in onze ogen betwistbaar.

Wie gaat andere lidstaten immers verhinderen om hun eigen berekening te maken van ongeliefde richtlijnen of verordeningen of van beleidsmaatregelen die men in feite altijd gecontesteerd heeft of waarvoor men bv. veroordeeld werd door het Hof? Het verdrag heeft wel een opt out regeling voorzien voor het Verenigd Koninkrijk inzake materies van Justitie en Binnenlandse Zaken (protocol 36 bij het Verdrag van Lissabon). Maar wat is de situatie in de andere domeinen ?

Het behoort tot de essentie van de Europese samenleving dat steeds geduldig gezocht wordt naar een compromis, waarin alle lidstaten en het EP zich kunnen vinden, daarbij rekening houdend met het algemene belang van de Unie. De onderliggende premisse is altijd geweest dat 'opofferingen' altijd gecompenseerd worden met voordelen en dat de eindbalans globaal genomen voor iedereen positief is. Zoniet is een grote en gedifferentieerde Unie met 27 Lidstaten moeilijk werkbaar.  De Unie is immers veel meer dan de eenvoudige opsomming van 27 individuele belangen.

Dit alles belet niet dat een fundamentele reflectie over de toekomst van onze Unie perfect legitiem, ja zelfs noodzakelijk is. De vragen die Premier Cameron stelt, horen wij soms ook in België en wij hebben net zoals hij ook een ideaal beeld van de EU voor ogen...

Het is daarom mijn overtuiging dat een eventueel referendum in het Verenigd Koninkrijk snel een gewetensonderzoek zal veroorzaken in alle Lidstaten rond de vraag: wat voor een Unie willen wij eigenlijk?

Willen wij een politieke unie, met een gemeenschappelijke munt, een gemeenschappelijk handelsbeleid, een vrije ruimte van vrijheid, recht en migratie, een industriebeleid, een buitenlands- en veiligheidsbeleid? Dat alles geregeld op Europees niveau omdat dit toelaat ons het meest efficiënt en invloedrijk te organiseren, intern en op de wereldscène, waar de EU niet meer dan 7% van de bevolking vertegenwoordigt? En met daarbij de gepaste federale en democratische structuren die een faire machtsdeling toelaten met respect voor de bevoegdheden en prerogatieven van de nationale staten, volgens de hoogste standaarden van de rechtstaat en de fundamentele rechten van de mens? Is dat de Unie die wij willen?

Of willen wij ons, net zoals de Britse regering, uit enkele kerndomeinen terugtrekken en veeleer losse gelegenheidscoalities opbouwen, naargelang de belangen van het moment? En ons daarbij terugplooien op een basispakket dat opgebouwd is rond de interne markt en zijn klassieke 4 vrijheden?

De vraag van David Cameron is in feite een vraag aan ons allemaal.

België kiest voor het eerste model, met de "full options": met de rechten en de plichten, met de domeinen die ons sterk aanstaan, maar ook met de erbij horende moeilijkere beleidsdomeinen; we zijn bereid onze soevereiniteit in deeldomeinen af te staan, of beter gezegd om ze te delen (cfr. de euro), indien dit gepaard gaat met democratisch verantwoorde bestuursprincipes en met reële mogelijkheden op Europese solidariteit, die door de schaalvergroting kan ontstaan. Om dit op een efficiënte, juridisch correcte en democratisch verantwoorde wijze te organiseren, willen wij nu zo ver mogelijk gaan als mogelijk op het pad van de versterking van de EMU, zoals hierboven geschetst, en binnen de bestaande verdragen. Maar op een bepaald moment zullen onze constitutionele teksten, de verdragen, moeten worden aangepast, maar deze kwestie zal maar na de EP-verkiezingen van 2014 aan de orde komen. Zoals ik al eerder zegde, moeten we ons in 2013 vooral toeleggen op het grote hervormingsplan van de EMU dat Voorzitter H. Van Rompuy heeft voorgesteld. Maar vrij snel daarna zullen onvermijdelijk meer fundamentele vragen aan bod komen:

  • zou de Commissie niet moeten worden uitgebouwd tot een echte regering? Met een voorzitter die wordt verkozen uit de spitskandidaat van de politieke fractie in het Europees Parlement die als grootste uit de verkiezingen komt ? En steunend op een politieke meerderheid in dat parlement? Op termijn zou ook de omvang van de Commissie moeten gereduceerd worden opdat het Europese belang van haar voorstellen en functioneren nog beter tot uiting zou komen.
  • de huidige 2 wetgevende takken, het Europees Parlement en de Raad, zouden tot twee representatieve kamers kunnen uitgroeien, één voor de burgers (is nu al het Europees Parlement) en één voor de Lidstaten. In het EP zou een echt meerderheids/ minderheidssysteem moeten ontstaan en dat parlement (en eventueel ook de statenkamer) zou een wetgevend initiatiefrecht moeten krijgen.
  • nationale of regionale parlementen zullen nog meer dan nu het geval is de Europese bestuursdimensie voor ogen moeten houden, met nog intensere procedures van informatie-uitwisseling of dialoog; het zal wel altijd een verantwoordelijkheid van de Lidstaten blijven om hiervoor de passende regelingen uit te werken.
  • Het Europa van de toekomst zal ook een meer ambitieuze begroting dan nu nodig hebben, bij voorkeur voor een groot deel gefinancierd door eigen en autonome middelen. Dit budget zou twee hoofddoelstellingen dienen: ten eerste, om de convergentie tussen de lidstaten te helpen, niet alleen voor nieuwe of armere lidstaten, maar ook voor oudere of rijkere lidstaten die behoefte hebben aan punctuele ondersteuning om economische schokken op te vangen of om vitale sectoren zoals de auto- en staalindustrie te herstructureren; en ten tweede, om het concurrentievermogen van ons industriëel en economisch weefsel te verbeteren met voldoende financiële middelen voor toekomstgerichte industrietakken met hoog technologisch potentieel, zoals de lucht-en ruimtevaart, energie, biotechnologie, enz ...

Laat me tot slot nog een paar woorden zeggen over de andere grote uitdaging voor dit jaar en de komende jaren, nl. de versterking van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid.

De Europese Raad van december 2013 heeft een substantiële discussie voorzien over het Europese defensiebeleid. Gedurende het hele jaar zullen onze experts, parlementsleden en ministers zich op dit onderwerp richten. Laten we deze kans grijpen om een nieuwe dynamiek te injecteren in dit beleid dat van cruciaal belang is voor de geloofwaardigheid en de invloed van de Europese Unie in de wereld. Laten we leren uit onze ervaringen in bv. Libië, Mali en de Indische Oceaan. Laten we tegelijk ambitieus én realistisch zijn. Waarom zouden we ons ook niet meer inspireren op de systematische methode, hoewel soms te traag, die met succes aangewend wordt op het gebied van de uitbouw van de  EMU? Elk jaar moeten we reële en tastbare vooruitgang kunnen zien op de weg naar een betere coördinatie en een gezamenlijke planning van onze defensie-inspanning, naar de integratie van onze krachten, de bundeling van middelen en de ontwikkeling van een strategische visie.

Een ander belangrijk project dit jaar is de evaluatie van de werking van de Europese dienst voor extern optreden. Ook deze kans moeten we grijpen om deze dienst te versterken die essentieel is voor de projectie van de belangen en waarden van de Unie in de wereld. Sommige hervormingen, zoals de verbetering van de interactie tussen de lidstaten en de dienst of de interne werking kan plaatsvinden binnen het huidige wettelijke kader. Andere, grotere hervormingen, zoals de interactie met de Europese Commissie of de kwestie van de politieke adjuncten bij de Hoge Vertegenwoordiger kunnen zeker wel besproken worden in 2013, maar de realisatie ervan - als deze projecten tenminste in principe worden goedgekeurd - moet worden gezien in de context van de organisatie van het nieuwe college van Commissarissen in 2014. Wij zijn ook van mening dat we op een dag zullen moeten praten over de financiële middelen van de EDEO; het strakke budget van deze dienst ontneemt hem of de Hoge Vertegenwoordiger een zekere handelingsvrijheid op het terrein of belemmert de uitbreiding van zijn takenpakket in nuttige domeinen zoals bv. consulaire samenwerking.

Zonder stil te staan bij de verschillende aan de gang zijnde EVDB-operaties of grote internationale kwesties zoals bv. het MEPP, Iran en de Sahel kan ik bevestigen dat België in dit soort besprekingen altijd zal streven naar een proactieve, ambitieuze en Europese aanpak samen met de andere 'positieve krachten' in de Unie, zoals met de Benelux of met elke andere lidstaat die onze visie of interesse deelt.

Geachte ministers, Excellenties, Dames en Heren,

De uitdagingen die ik hierboven summier geschetst heb, wachten nu op antwoorden, opheldering of uitwerking: alweer een project voor een hele generatie van politici, juristen en diplomaten. Ik wens u allen deze week vruchtbare en geïnspireerde dagen van debat en uitwisseling toe!