Minister Reynders over de nieuwe gevechten in Noord-Kivu

Datum: 17 november 2012

Vicepremier en Minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders is bezorgd door berichten over nieuwe hevige gevechten in Noord-Kivu in de Democratische Republiek Congo (DRC). Hij maakt zich zorgen over de rampzalige gevolgen voor de burgers die opnieuw worden gedwongen de strijdzones te ontvluchten. De minister nam onmiddellijk contact op met de Congolese overheid, de MONUSCO-vredesmacht en de EU-missies in de DRC.

De minister wijst erop dat de territoriale integriteit van de DRC moet worden gerespecteerd en dat de Congolese overheid de orde op haar grondgebied moet kunnen herstellen. Daarvoor mag geen steun worden geleverd aan de rebellen die vechten tegen de Congolese strijdkrachten. Alles moet worden gedaan om een zo vreedzaam mogelijk einde te maken aan deze opstand om de lokale bevolking, die al zo veel geleden heeft, te beschermen.

Daarom verzoekt de minister de MONUSCO om alles in het werk te zetten om de burgers te beschermen en de rust te herstellen, in samenwerking met de Congolese strijdkrachten.

Aan Rwanda, dat kan worden beïnvloed door deze situatie, vooral door mogelijke gevolgen van de instabiliteit op zijn grondgebied zoals de Rwandese autoriteiten zelf hebben gezegd, vraagt de minister om zijn invloed te gebruiken om bij te dragen tot een snel einde van dit conflict.

Dit nieuwe geweld toont weer aan dat een duurzame oplossing voor de crisis moet worden gevonden en dat een schijnbaar staakt-het-vuren niet genoeg is. Maar deze blijvende oplossing is alleen mogelijk met een grondige hervorming van de veiligheidssector in de DRC en met een  regionale dialoog. Deze dialoog moet het mogelijk maken een oplossing te zoeken voor de oorzaken van de instabiliteit in Oost-Congo. Met respect voor de nationale soevereiniteit en via regionale samenwerking.

Komende maandag 19 november zal minister Reynders de kans hebben om de situatie met de Hoge Vertegenwoordigster van de EU, Lady Ashton, en zijn collega's van de Europese Unie te bespreken tijdens de Raad Buitenlandse Zaken.